Geschiedenis Naaktkatten zijn op verschillende tijdstippen in de geschiedenis verschenen. De spontane mutatie die voor de eigenschap verantwoordelijk is dat de kat geen haar heeft, wordt veroorzaakt door een recessief allel. Terwijl in de Verenigde Staten aan deze katten geen aandacht werd geschonken, interesseerden de Europese fokkers en voornamelijk de Franse en Nederlandse fokker, zich er vanaf 1983 wel voor. Het staat vast dat men niet onverschillig kan blijven tegenover dergelijke katten. Vereerd door de één, verafschuwt door de ander. Door het succes en de interesse die deze katten op tentoonstellingen wekten, importeerden de Amerikaanse fokkers de Europese Sphynx. Het ras werd door de T.I.C.A. erkend maar de C.F.A. weigerde dit te doen. De F.I.Fe weigerde dit in eerste instantie ook, maar heeft twee jaar later toch de Sphynx als ras erkend
Kenmerken Karakter: Levendig, speels en onafhankelijk. Sociaal in de omgang met soortgenoten en honden, nooit agressief. Zeer lief, zelfs bezitterig. Houdt ervan verwend te worden. Het leven in een appartement bevalt hem uitstekend omdat hij gevoelig is voor kou, warmte en vochtigheid. In de winter moet men hem een hoog energetische maaltijd voorzetten zodat hij zijn lichaamstemperatuur iets hoger kan houden dan normaal. Ondanks dat hij bruint moet men vermijden hem aan zonlicht bloot te stellen om verbranding te voorkomen. In tegenstelling tot andere kattenrassen transpireert de Sphynx via de huid waardoor men hem regelmatig met een washandje moet wassen. Een bad is niet aan te raden. Bovendien moeten de oren regelmatig nagekeken worden omdat overvloedig oorsmeer geproduceerd wordt. De poes vertoont maar twee krolse perioden per jaar. De kittens worden met een erg gerimpelde huid geboren en met haar op de ruggengraat dat met het ouder worden verdwijnt.
Rasbeschrijving KOP: afmeting: middelgroot. Vorm: gematigde wig met afgeronde lijnen, iets langer dan breed SCHEDEL: licht afgerond met een vrij vlak voorhoofd. Profiel: matige tot duidelijke welving. JUKBEENDEREN: geprononceerd. SNUIT: stevig afgerond met duidelijke whiskerbreak, stevige kin en goed sluitend gebit. NEK: Middellang. Vorm: rond en goed gespierd, gebogen vanaf de schouders tot de schedelbasis, krachtig vooral bij katers.2qq OREN: Vorm: breed aan de basis en open. Afmeting: zeer groot. STAND: rechtop, niet te laag of te hoog geplaatst. OGEN: Grote afgeronde citroenvormige vorm. Plaatsing: schuin geplaatst naar de buitenste ooraanzet. De ruimte tussen de ogen bedraagt iets meer dan de breedte van een oog. Oogkleur passend bij de vachtkleur, groen en hazelnootkleurig toegestaan. LICHAAM: Afmeting: middelgroot. Lengte: middellang tot vrij lang. Borst: breed, mag iets tonvormig zijn. Buik: goed gerond, maar niet dik. De kat ziet eruit, alsof hij net flink heeft gegeten. Niet dik. Botstructuur: niet te grof en niet te fijn. Spieren: stevig gespierd, niet fijntjes. POTEN: in verhouding met het lichaam De achterpoten zijn iets langer dan de voorpoten. De voorpoten staan wijd uit elkaar. 
|